<?xml version="1.0"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//NLM//DTD JATS (Z39.96) Journal Archiving and Interchange DTD v1.1 20151215//EN" "http://jats.nlm.nih.gov/archiving/1.1/JATS-archivearticle1.dtd">
<article xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <front>
    <journal-meta><journal-id journal-id-type="other">Journal</journal-id>
      <journal-title-group>
        <journal-title>Peels, &#x201C;Wee over Moab... Een Exegese,&#x201D; OTE</journal-title>
      </journal-title-group>
    <publisher><publisher-name>Academic Publisher</publisher-name></publisher></journal-meta>
    <article-meta>
      <title-group>
        <article-title>Wee over Moab&#x2026; Een exegese van Jeremia 48:1-10</article-title>
      </title-group>
      <contrib-group content-type="author">
        <contrib contrib-type="author">
          <name><given-names>NETHERLANDS)</given-names></name>
        </contrib>
      </contrib-group>
      <pub-date>
        <year>2018</year>
      </pub-date>
      <volume>3</volume>
      <issue>2018</issue>
      <fpage>476</fpage>
      <lpage>493</lpage>
      <abstract>
        <p>De volkenprofetie tegen Moab in Jeremia 48 blijft in veel opzichten de exegeten voor vragen stellen. In dit artikel ligt de focus op het eerste segment, 48:1-10. Na de behandeling van enkele inleidende vragen betreffende tekst en structuur, geografie en topografie, en theologisch accenten in dit caput, wordt een detailexegese van elk vers gegeven. In vlammende taal wordt Moab hier het oordeel aangezegd, als uitvloeisel van het werk van YHWH zelf, die de hybris van dit volk afstraft. For the exegete, the oracle against Moab in Jeremiah 48 still contains many unanswered questions. In this article the focus is on the first segment, 48:1-10. After the treatment of some introductory issues regarding text and structure, geography and topography, and theological accents in this chapter, a detailed exegesis of each verse is offered. In violent language, Moab is announced a devastating verdict, as a result of the work of YHWH himself, who punishes the hybris of this foreign nation.</p>
      </abstract>
      <kwd-group>
        <kwd>Jeremiah</kwd>
        <kwd>Moab</kwd>
        <kwd>prophecy</kwd>
        <kwd>geography</kwd>
        <kwd>lament</kwd>
      </kwd-group>
    </article-meta>
  </front>
  <body>
    <sec id="sec-1">
      <title>-</title>
      <p>A
worden dat de verschillen tussen de Hebreeuwse en de Griekse tekst vallen
binnen het raam van wat gebruikelijk is, en niet een verschillende theologie
weerspiegelen.1</p>
      <p>Jeremia 48 heeft een zekere inclusio door de verwijzing naar het woord
van YHWH in vss 1 en 47 (&#x201C;Botenformel&#x201D;, respectievelijk
&#x201C;Gottesspruchformel&#x201D;), de &#x201C;wee&#x201D;-roep in vss 2 en 46 en de verwijzing naar de
dreiging die vanuit Chesbon op Moab afkomt in vss 2 en 45. Verder ontbreken
kenmerken van een gestructureerde tekstuele eenheid. Er is geen plot, geen
ontwikkeling van gedachten, geen markering van strofen. Merkwaardig en
inconsistent is de onderbreking van po&#xEB;tische gedeelten door proza-teksten. Een
grote variatie aan stijlen en genres wordt gebruikt, om het ene thema van alle
kanten te belichten: het wee over Moab. Over het geheel gezien lijkt het orakel
de nabije verwoesting van Moab op het oog te hebben (perfecta prophetica; zie
vooral vs 16).</p>
      <p>Jeremia 48 heeft geen duidelijke tekststructuur. Geen van de pogingen die
zijn ondernomen om desondanks een zinvolle indeling in strofen te realiseren,2
heeft bredere instemming gekregen. De indeling die ik aanhoud, is min of meer
pragmatisch. Jeremia 48 valt in twee grotere delen uiteen, omdat vanaf vs 29 de
tekst voornamelijk bestaat uit verwerking van tekstmateriaal van elders;
opvallend is in dit gedeelte ook de frequente godsspraakformule (vss 30, 35, 38,
43, 44, 47; in de eerste helft alleen in vss 12 en 25). Binnen deze tweede helft
ligt een zekere cesuur bij vs 40. Wat de eerste helft van Jeremia 48 betreft,
kunnen vss 1-9 als een eenheid worden gelezen, omdat hier over Moab steeds in
feminiene vormen wordt gesproken (vss 2, 4, 7, 9). Deze strofe wordt
bekrachtigd met de vloekformule van vs 10. In vs 11 begint een nieuw gedeelte
met de terugblik op Moabs vredige verleden, afgerond met de uit Jeremia 46:18
bekende uitgebreide godsspraakformule. Vs 16 zet dan opnieuw in met een
visionaire blik op Moabs nabije toekomst. Deze observaties resulteren in de
volgende tekstindeling: vss 1-10, 11-15, 16-28 (eerste hoofddeel), 29-39, 40-47
(tweede hoofddeel).
2</p>
    </sec>
    <sec id="sec-2">
      <title>Geografie en topografie</title>
      <p>Het thuisland van Moab ligt op het hoge plateau (+ 1000-1300m) oost-west
tussen de Arabische woestijn en de Dode Zee, en noord-zuid tussen de wadi
alM&#x16B;jib (de Arnon) en de wadi al-&#x1E24;es&#x101; (de Zered). In de loop van de geschiedenis
bezette Moab geregeld ook het gebied ten noorden van de Arnon, met name sinds
1 Beat Huwyler, Jeremia und die V&#xF6;lker: Untersuchungen zu den V&#xF6;lkerspr&#xFC;chen in
Jeremia 46-49 (FAT 20; T&#xFC;bingen: Mohr-Siebeck, 1997), 153 en Julia Woods,
Jeremiah 48 as Christian Scripture (Eugene: Wipf&amp;Stock, 2011), 65v.
2 Zie de opsomming bij Gerald L. Keown, Pamela J. Scalise en Thomas G. Smothers,
Jeremiah 26-52 (WBC; Waco: Word, 1995), 154; Huwyler, V&#xF6;lker, 154; Woods,
Jeremiah 48, 222.
de tijd van koning Mesa (9e eeuw BCE). Dit noordelijke Moabitische plateau (de
Mi&#x161;or, de &#x201C;hoogvlakte (van Medeba)&#x201D;), vaak een twistappel tussen Ammon,
Isra&#xEB;l en Moab, lag meer open en was bij de bijbelschrijvers ook beter bekend
dan het zuidelijk Moabitische plateau. Het kernland van Moab was hooggelegen,
wat een sterke defensie mogelijk maakte. Hoewel de laatste decennia intensieve
archeologische arbeid in deze regio is verricht, blijft nog veel van Moabs
geschiedenis onopgehelderd.3</p>
      <p>In de literatuur is bijzondere aandacht voor de identificatie van
Moabitische plaatsnamen. Naast de frequente vermelding van Moab zelf (18x)
worden in Jeremia 48 opvallend veel steden en andere locaties genoemd (39x).
Een gedeelte hiervan is inmiddels ge&#xEF;dentificeerd, van de overige locaties is de
ligging onzeker of nog steeds geheel onbekend. Van belang voor de exegese van
Jeremia 48 is de vraag naar de retorische functie van al deze geografische en
topografische details. Volgens D.R. Jones dienen zij niet slechts ter versterking
van een realistische en levendige presentatie van deze profetie, maar wil elke
naam een herinnering wakker roepen: het betreft zijns inziens namelijk
voormalig Isra&#xEB;lisch gebied (door koning Mesa aan de macht van Isra&#xEB;l ontrukt).
De opsomming van namen heeft dan een ironische functie: de veroveraars
worden veroverd.4 Toch lijkt dit te vergezocht; er ligt een grote tijdsspanne
tussen de veroveringen door Mesa in de 9e eeuw en de val van Moab ten tijde
van Nebukadnezar in de 6e eeuw, en bovendien zijn enkele steden eerder te
plaatsen in het zuidelijk deel van Moab, beneden de Arnon. Wel is in het
algemeen te zeggen, dat in de opsomming van de locaties zich een beweging van
noord naar zuid lijkt af te tekenen; het gros van de locaties die in Jeremia 48
genoemd worden, liggen in het noorden. De auteur is blijkbaar goed op de hoogte
van de geografische situatie van Moab. De vele plaatsnamen dragen bij aan de
concreetheid en directheid van deze profetie: het goddelijk oordeel gaat van
plaats tot plaats voort (cf. de opsommingen in Micha 1:8-16 (ook hier in de taal
van een elegie) en Jesaja 10:28-32). Zo wordt het woord van Jeremia 48:8 (&#x201C;een
verwoester komt naar elke stad toe, geen ervan zal ontkomen&#x201D;) in de profetie zelf
met naam en toenaam vervuld.
3 Zie John A. Dearman (ed.), Studies in the Mesha Inscription and Moab (Atlanta:
Scholars Press, 1989); Stefan Timm, Moab zwischen den M&#xE4;chten: Studien zu
historischen Denkm&#xE4;lern und Texten (Wiesbaden: Harassowitz, 1989); Udo
Worschech, Das Land jenseits des Jordan: Biblische Arch&#xE4;ologie in Jordanien
(Wuppertal: Brockhaus, 1991); Piotr Bienkowski, Early Edom and Moab: The
Beginning of the Iron Age in Southern Jordan (Sheffield: Collis, 1992); Burton
MacDonald, &#x201C;East of Jordan&#x201D;: Territories and Sites of the Hebrew Scripture (Boston:
ASOR, 2000); Burton MacDonald a.o., eds., The Archaeology of Jordan (Sheffield:
Sheffield Academic Press, 2001); Bruce Routledge, Moab in the Iron Age. Hegemony,
Polity, Archaeology (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 2004).
4 D.R. Jones, Jeremiah (NCBC; Grand Rapids: Eerdmans, 1992), 242-245.</p>
    </sec>
    <sec id="sec-3">
      <title>Theologische accenten</title>
      <p>Vergeleken met de andere orakels in de bundel Jeremia 46-49 heeft hoofdstuk
48 veel meer theologisch gehalte. Op drie punten komt dit uit: 1) de motivering
van het oordeel, 2) de polemiek met de afgodendienst, 3) het samengaan van
oordeel en klacht.</p>
      <p>Ten eerste valt op dat het gericht over Moab meermalen expliciet wordt
gemotiveerd, wat in een volkenprofetie niet vaak het geval is. Vrijwel alle
redenen waarom in de volkenprofetie&#xEB;n een natie door YHWH veroordeeld
wordt, komen in dit orakel over Moab voor.5 Moab wordt afgestraft (&#x5D8;&#x5E4;&#x5E9;&#x5C1;&#x5DE; vss
21, 47; &#x5D4;&#x5D3;&#x5E7;&#x5E4; vs 44) vanwege zijn arrogantie en trots (vs 29v.). Nog niet eens
omdat Moab zich vrolijk heeft gemaakt over Isra&#xEB;ls ellende (vs 27), maar vooral
vanwege het grenzeloze vertrouwen op eigen kracht en rijkdom (vss 7, 11)
waarmee Moab zich tegen YHWH zelf heeft verheven (vss 26, 42). Achter dit
verwijt ligt de claim dat YHWH de koning der volken is (Jer. 10:7) aan wie elke
natie verantwoording schuldig is.</p>
      <p>Ten tweede heeft in Jeremia 48 de polemiek met de afgoden/afgoderij
nadrukkelijk een plaats. Het gevolg van de val van Moab is dat zijn hoofdgod
Kemos samen met de elite in ballingschap zal gaan (vs 7). Op deze god kun je
niet bouwen, zo zal Moab tot zijn schaamte bemerken (vs 13). YHWH zal een
einde maken aan al Moabs religieuze activiteiten (vs 35); met de ondergang van
Moab gaat Kemos&#x2019; volk verloren (vs 46).</p>
      <p>Ten derde kenmerkt Jeremia 48 zich door een geheel eigen afwisseling
van oordeel en klacht, een ernstig woord van gericht en tegelijk de klaagzang
over dit gericht. Een algemene wee-roep over het lot van Moab klinkt aan het
begin en het eind van het orakel (vs 1 resp. vs 46); Moab zelf weent en schreeuwt
(vss 3-5, 34, 37v.), omstanders (Juda?) worden opgeroepen te klagen (vss 17, 20)
en een niet nader ge&#xEF;dentificeerde ik-figuur klaagt en weent (vss 31, 32, 36).
Gelet op de naadloze overgang van het goddelijk &#x201C;Ik&#x201D; van vs 30 naar vs 31 en
van vs 35 naar vs 36, is te stellen dat YHWH het subject van deze klacht is. Dit
opmerkelijke fenomeen van het goddelijke klagen wordt verschillend verklaard,
hetzij als ironie of als compassie. B.C. Jones ziet in Jeremia 48 een helder
voorbeeld van ironie, en wijst daarbij op de &#x201C;ironic inversion of the lamentation&#x201D;,
een gebruikmaking van het genre van de klacht om de aanval op Moab satirisch
kracht bij te zetten.6 Dat het in deze teksten over het klagen van God om
figuratieve taal zou gaan, kan echter niet overtuigen. Inderdaad wordt ook in
5 Woods, Jeremiah 48, 241.
6 Brian C. Jones, Howling over Moab. Irony and Rhetoric in Isaiah 15-16 (SBL
Dissertation Series 157; Atlanta: Scholars Press, 1996), 130. In deze lijn meent ook
Jack R. Lundbom, Jeremiah 37-52. A New Translation with Introduction and
Commentary (AB; New York: Doubleday, 2004), 298: &#x201C;What we have here is more
full-blown irony, not a sympathetic lament.&#x201D;
Jeremia&#x2019;s volkenprofetie&#xEB;n wel gebruik gemaakt van spot, maar de toon van
Jeremia 48 is steeds die van ontzetting over de ondergang en bewogenheid
daarmee.7 Een groeiend aantal exegeten interpreteert de klacht in de vss 30, 31,
36 in eigenlijke zin als uiting van goddelijk verdriet over het door Hem zelf
gestrafte Moab. Hiermee biedt Jeremia 48 een unieke prediking aangaande God:
de Rechter die het kwaad straft is ook Hij die weent over het oordeel.
B
1</p>
    </sec>
    <sec id="sec-4">
      <title>EXEGESE</title>
    </sec>
    <sec id="sec-5">
      <title>Tekstindeling8 en vertaling</title>
      <p>&#x5D1; &#x5B8;&#x5A1; &#x5D0;&#x5DE;&#x5D5;&#x5B9;&#x5DC;&#x5B0; 1A</p>
      <p>Over Moab.
&#x5DC; &#x5B5;&#x597; &#x5D0; &#x5D9; &#x5E8;&#x5B5;&#x5A3; &#x5E9;&#x5B0;&#x5D4;&#x5D9;&#x5B4;&#x5D0;&#x5DC;&#x5B9;&#x5EA;&#x5B1;&#x5D0;&#x5D5;&#x5B9;&#x59C;
&#x5D1; &#x5D4;&#x5E6;&#x5B0; &#x5B8;&#x5A8; &#x5D5;&#x5D4;&#x5A9; &#x5D9;&#x5B0; &#x5E8; &#x5DE;&#x5B7;
&#x5D0;&#x5BE;&#x5D4;1&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; bA&#x5DB;</p>
      <p>Zo zegt YHWH van de machten, de God
&#x5D4; &#x5D3; &#x5BC;&#x5B8;&#x594; &#x5D9; &#x5DB;&#x5B5;&#x5A3;&#x5B4;&#x5D3;&#x5A9; &#x5E9;&#x5C1;&#x5BB; &#x5D1;&#x5D5;&#x5B9; &#x5E0;&#x5B0;&#x5BE;&#x5DC;&#x5D0;&#x5D9;&#x5B6;&#x5D4;&#x5D5;&#x5B9;&#x5A4;
1bB</p>
      <p>Wee over Nebo, want het is verwoest!
&#x5DD;&#x5D9;&#x5B4; &#x5B8;&#x591; &#x5EA; &#x5D4;&#x5D9;&#x5B8;&#x596;&#x5E8;&#x5B0; &#x5E7;&#x5B4;&#x5D3;&#x5DB;&#x5B0; &#x5DC;&#x5D4;&#x5B0;&#x5E0;&#x5B4; &#x5E9;&#x5D9; &#x5D1;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B4; 1&#x5D4;bC</p>
      <p>Te schande gezet, veroverd is Kirjata&#xEF;m;
&#x5C3;&#x5D4; &#x5EA; &#x5D1;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B8;&#x596; &#x5D7;&#x5D2; &#x5E9;&#x5B0;&#x5D5;&#x5DE;&#x5B4;&#x5D4;&#x5D4;&#x5B7;
&#x5E9;&#x5D9; &#x5D1;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B4; &#x5D4;1C</p>
      <p>te schande gezet en dodelijk verschrikt is
&#x5A9; &#x5D1; &#x5EA;&#x5D0;&#x5DC;&#x5B5;&#x5A3;&#x5B7;&#x5DE;&#x5D5;&#x5B9;&#x5D4;&#x5B4; &#x5EA;&#x5B0; &#x5A9; &#x5D3;&#x5E2;&#x5D5;&#x5B9;&#x5DF;&#x5D9; &#x5B5;&#x5A3; &#x5D0; 2aA</p>
      <p>Weg is de roem van Moab.
&#x5D4; &#x5BC;&#x5B8;&#x594; &#x5E2;&#x5A9; &#x5E8; &#x5D4;&#x5D1;&#x5A4;&#x5E9;&#x5D9;&#x5DC;&#x5B0;&#x5B6;&#x5B8;&#x5A8; &#x5D5;&#x5BC; &#x5B9;&#x5BC;&#x5BD; &#x5D7;&#x5E2;&#x5DF;&#x5D5;&#x5B9; &#x5D1;&#x5B5;&#x597; &#x5E9;&#x5B0;&#x5D7;&#x5B6; &#x5D1;&#x5B0;
&#x5D9;&#x5D5;&#x5B9; &#x5D2;&#x5B8;&#x591; &#x5DE;&#x5B4; &#x5D4; &#x5E0; &#x5EA;&#x5B5;&#x5A3;&#x5B6; &#x5D9;&#x5E8;&#x5B4; &#x5DB;&#x5B0;&#x5D5;&#x5BC; &#x5DB;&#x5E0;&#x5B8;&#x596;&#x5B7;&#x5DC;&#x5D5;&#x5B0;
2aB
2aC</p>
      <p>In Chesbon maken ze snode plannen
tegen haar: Kom, laten we haar als volk
van Isra&#xEB;l:
de Vesting!
uitroeien!
&#x5D9;&#x5DE;&#x5B4; &#x5BC;&#x5B8;&#x594; &#x5D3;&#x5DF; &#x5EA;&#x5B5;&#x5A3;&#x5B4; &#x5DE;&#x5D3;&#x5B0; &#x5DE;&#x5B7; &#x5BE;&#x5DD; &#x5D2;&#x5B7; 2bA</p>
      <p>Ook jij, Madmen, zal verdelgd worden,
&#x5C3;&#x5D1;&#x5E8;&#x5B6; &#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5DA;&#x5B0; &#x5DC;&#x5D7;&#x5B6;&#x5B4;&#x5A5; &#x5EA;&#x5DA;&#x5B0; &#x5D9;&#x5B4; &#x5E8;&#x5B8;&#x596;&#x5B7; &#x5D7;&#x5B2; &#x5D0;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B7;
2bB</p>
      <p>het zwaard zal je achtervolgen.
&#x5DD; &#x5D9;&#x5B4;&#x5B8;&#x591; &#x5E0;&#x5E8;&#x5D5;&#x5B9; &#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5D4;&#x5D7;&#x5B8;&#x596; &#x5E7;&#x5DE;&#x5B8;&#x5DC;&#x5E7;&#x5D5;&#x5B9;&#x5B4;&#x5A5;&#x5E2; &#x5E6;&#x5B0; 3A</p>
      <p>Hoor, jammerklachten uit Chorona&#xEF;m:
&#x5C3;&#x5DC;&#x5D3;&#x5D5;&#x5B9;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5E8;&#x5D2; &#x5D1;&#x5B6; &#x5E9;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B6; &#x5D3;&#x5D5;&#x5B8;&#x596; &#x5E9; 3B</p>
      <p>verwoesting en een grote puinhoop!
&#x5D1; &#x5B8;&#x591; &#x5D0;&#x5DE;&#x5D5;&#x5B9;&#x5D4; &#x5B8;&#x596; &#x5E8; &#x5D1;&#x5B0; &#x5E9;&#x5B0;&#x5E0;&#x5B4; 4A</p>
      <p>Moab ligt in puin, haar kinderen laten
&#x5C3; &#x5D4;&#x5D9; &#x5E8;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B6; &#x5D5; &#x5E2;&#x5B4; &#x5E6;&#x5B0;&#x5A9;&#x5D4; &#x5B8;&#x596; &#x5D5;&#x5BC;&#x5E2;&#x5E7;&#x5D9; &#x5DE;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B4; &#x5B8; &#x5E9;&#x5B0;&#x5E2;&#x5D4;&#x5B4; &#x5D6;&#x5B0;</p>
      <p>jammerklachten horen.
&#x5EA;&#x5D9;&#x5D7;&#x5BC;&#x5B8;&#x594;&#x5B4; &#x5DC;&#x5BB;&#x5C1;&#x5D4;&#x5B7; &#x5D4;&#x5B5;&#x5A3; &#x5DC; &#x5E2;&#x5B2;&#x5D9; &#x5DE;&#x5DB;&#x5BC;&#x5B4;&#x59A;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B4;&#x5B7;
&#x5D9; &#x5DB;&#x5B4; &#x5D1;&#x5B8;&#x591;&#x5B6; &#x5BE;&#x5D4; &#x5DC;&#x5B6; &#x5E2;&#x5B2;&#x5D9;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B7; &#x5D9; &#x5DB;&#x5B8;&#x596;&#x5B4; &#x5D1;&#x5B0; &#x5D1;&#x5B4;</p>
      <p>Ja, op de weg omhoog naar Luchit
stijgt bitter wenen op
4B
5aA
5aB
7 Cf. William L. Holladay, Jeremiah 2. A Commentary on the Book of the Prophet
Jeremiah Chapters 26-52 (Hermeneia; Minneapolis: Fortress Press, 1989), 355; Dong
H. Bak, Klagender Gott - Klagende Menschen: Studien zur Klage im Jeremiabuch
(BZAW 193; Berlin: De Gruyter, 1990), 90; Hans Wildberger, Jesaja 2. Jesaja 13-27
(BKAT; Neukirchen-Vluyn: Neukirchener Verlag, 1978), 611, 615, 626; Woods,
Jeremiah 48, 257-262.
8 Conform Masoretische accentuatie.
en op de weg van Chorona&#xEF;m naar
beneden hoor je jammerlijk noodgeschrei
&#x5C3;&#x5D4; &#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5D5;&#x5D4;&#x5E8; &#x5DE;&#x5D9;&#x5B0;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B7; &#x5E8;&#x5D0;&#x5E9;&#x5B8;&#x596;&#x5B6; &#x5D0;&#x5B2;
8bB</p>
      <p>Vlucht, breng jullie leven in veiligheid!
Jullie lot is dat van een struik in de
woestijn.</p>
      <p>Vanwege je vertrouwen op al je prestaties
en schatten,
zul ook jij gevangen worden,
en zal Kemos in ballingschap gaan
samen met zijn priesters en zijn vorsten.</p>
      <p>Een verwoester komt naar elke stad toe,
geen ervan zal ontkomen.</p>
      <p>De vallei gaat te gronde en de hoogvlakte
wordt vernietigd
&#x2013; zoals YHWH heeft gezegd.
&#x5D1; &#x5BC;&#x5B8;&#x594; &#x5D0;&#x5DE;&#x5D5;&#x5B9;&#x5E5;&#x5DC;&#x5B0; &#x5D9; &#x5E6;&#x5B5;&#x5A3;&#x5B4; &#x5BE;&#x5D5;&#x5BC;&#x5E0;&#x5EA;&#x5B0; 9aA</p>
      <p>&#x5D0;&#x5B8;&#x591; &#x5E6;&#x5D0; &#x5B8;&#x596; &#x5EA;&#x5E6;&#x5D9;&#x5DB;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B4; &#x5E0; 9aB
&#x5D4; &#x5E0;&#x5D9; &#x5D9;&#x5B6;&#x5BC;&#x5B8;&#x594;&#x5D4;&#x5B0;&#x5D4;&#x5EA;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B4; &#x5B5;&#x5A3; &#x5DE; &#x5E9;&#x5B7;&#x5A9; &#x5DC;&#x5B0; &#x5D4;&#x5D9; &#x5E8;&#x5B8;&#x5A8;&#x5B6; 9b&#x5E2;A&#x5D5;&#x5B0;
&#x5C3;&#x5DF; &#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5D4;&#x5D1; &#x5B8;&#x596; &#x5D1;&#x5E9;&#x5DF;&#x5D5;&#x5B9;&#x5D9; &#x5B4;&#x5A5; &#x5D0; 9&#x5DE;bB</p>
      <p>Geeft vleugels aan Moab,
want zij moet voorgoed weggaan,
en haar steden worden een woestenij
waar niemand meer woont.</p>
      <p>&#x5E8;&#x5D5;&#x5BC; &#x5E8;&#x5B5;&#x597; &#x5D0; 10aA
&#x5D4;&#x5B8;&#x591; &#x5D9;&#x5DE;&#x5B4;&#x5D4;&#x5E8;&#x5B8;&#x596;&#x5B0; &#x5D5;&#x5D4;&#x5EA;&#x5D9;&#x5DB;&#x5B0;&#x5B6;&#x5D0; &#x5DC;&#x5B4;&#x5A5;&#x5B6; &#x5DE;&#x5B0; &#x5D4; &#x5E9;&#x5C2;&#x5B6;&#x59B;&#x5B6; &#x5E2; 10aB</p>
      <p>Vervloekt
wie laks is in het uitvoeren van het werk
van YHWH,
&#x5E8;&#x5D5;&#x5BC; &#x5E8;&#x5B6;&#x595; &#x5D0;&#x5D5;&#x5B0; 10bA vervloekt
&#x5C3;&#x5DD; &#x5BC;&#x5B9;&#x5BD; &#x5D3;&#x5D5;&#x5B9; &#x5D1;&#x5DE;&#x5B8;&#x596;&#x5B4;&#x5E8;&#x5B0;&#x5D7;&#x5B7; &#x5E2;&#x5A9;&#x5B7; &#x5B4;&#x5A5; &#x5E0; 1&#x5DE;0bB wie zijn zwaard het bloed ontzegt.</p>
    </sec>
    <sec id="sec-6">
      <title>Vers-voor-vers uitleg 48:1</title>
      <p>Ingeleid met de Jeremiaanse lange &#x201C;Botenformel&#x201D;, is het openingswoord van de
profetie over Moab veelzeggend: &#x201C;wee&#x201D; (&#x5D9;&#x5D5;&#x5D4;).9 Dit woord is een vast onderdeel
9 Voor het gebruik van een prepositie na &#x5D9;&#x5D5;&#x5D4; cf. Waldemar Janzen, Mourning Cry
and Woe Oracle (BZAW 125; Berlin: De Gruyter, 1972), 25v..
van de elegie, maar wordt door de profeten frequent gebruikt in verband met het
komend oordeel. Een indringend stijlmiddel: wie het gericht moet ondergaan
wordt in de &#x201C;klaagzang&#x201D; van de profetie nu reeds bezongen als gestorven. Het
&#x201C;wee&#x201D; luidt hier niet een specifiek wee-orakel in (zo bijv. Jesaja 5), maar zet wel
de toon voor de hele profetie, die dan ook zal worden afgesloten met een
corresponderend &#x201C;wee&#x201D; (&#x5D9;&#x5D5;&#x5D0;) in vs 46.</p>
      <p>Twee steden worden genoemd: Nebo en Kirjata&#xEF;m. Mede gelet op de
samenhang met vs 2 wordt meestal aangenomen dat beide steden in het
noordelijke gebied van Moab liggen, en belangrijke steunpunten waren in de
defensie-linie van Moab. Dat zal ook de reden zijn dat zij als eerste genoemd
worden in deze profetie over de val van vele steden. Nebo is &#x201C;verwoest&#x201D; (&#x5D3;&#x5D3;&#x5E9;
pu&#x2018;al). De &#x201C;verwoester&#x201D; (&#x5D3;&#x5D3;&#x5E9;&#x5D4; komt uit het noorden (6:26) en zal zijn werk
grondig verrichten, zie vss 8, 18, 32. Kirjata&#xEF;m wordt te schande gezet (&#x5E9;&#x5D5;&#x5D1;) en
veroverd (&#x5D3;&#x5DB;&#x5DC;). Het verbum &#x5E9;&#x5C1;&#x5D5;&#x5D1; wordt in LXX niet vertaald; BHS stelt voor het
te schrappen, omdat het een dittografie ex 1b zou zijn. Ten onrechte, het kan in
vs 1 zeer wel gaan om een bewuste herhaling.</p>
      <p>
        Over de interpretatie van &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5C2;&#x5DE; in 1C heerst onzekerheid. LXX heeft een
transliteratie: &#x391;&#x3BC;&#x3B1;&#x3C3;&#x3B1;&#x3B3;&#x3B1;&#x3B2; of &#x391;&#x3BC;&#x3B1;&#x3B8;, zo ook Aquila (&#x39C;&#x3B1;&#x3C3;&#x3C5;&#x3B3;&#x3B1;&#x3B2;). Targum (en in
deze lijn ook de Peshitta) leest &#x5DF;&#x5D4;&#x5D5;&#x5B9; &#x5E0;&#x5B0; &#x5E6;&#x5D7;&#x5E8;&#x5C1;&#x5BB; &#x5A9;&#x5EA;&#x5D9; &#x201C;&#x5D1;h &#x5DE;o&#x5B4;use of their confidence&#x201D;. In de
lijn van MT zijn de Vulgata met &#x201C;fortis&#x201D;, Symmachus en Theodotion met
&#x3BA;&#x3C1;&#x3B1;&#x3C4;&#x3B1;&#x3B9;&#x3C9;&#x3BC;&#x3B1;. Gelet op de feminiene vormen van de verba, is het denkbaar dat het
ook hier om een plaatsnaam gaat.10 Toch is het beter &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5DE; op te vatten als nomen
proprium: 1) het woord is verbonden met een lidwoord; 2) een plaatsnaam
Misgab is onbekend; 3) elders wordt &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5DE; steeds als een nomen vertaald
(&#x201C;sterkte&#x201D;, &#x201C;burcht&#x201D;); d) als &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5DE; betrokken wordt op Moab als geheel, is het
gebruik van de feminiene verbale vormen begrijpelijk, omdat in de hele sectie
48:1-9 Moab in feminiene vorm ter sprake komt. Het verdient mijns inziens de
voorkeur om &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5DE; op te vatten als typering van geheel Moab - vanuit het
perspectief van de Isra&#xEB;lieten gezien een begrijpelijke aanduiding van het
hooggelegen, ontoegankelijke Moab. Deze &#x201C;vesting&#x201D; wordt te schande gezet en
dodelijk verschrikt (cf. de combinatie &#x5E9;&#x5D5;&#x5D1; en &#x5EA;&#x5EA;&#x5D7; in vss 20 en 39). Als Nebo en
Kirjata&#xEF;m vallen, is het einde voor de vesting Moab nabij. De noordelijke
verdedigingslinie is doorbroken, het land ligt nu voor de vijand open.11
10 Een ander voorstel is dat van BHS, om de feminiene vorm van de verba om te zetten
in masculiene vormen. Niet onmogelijk is ook dat &#x5D1;&#x5D2;&#x5E9;&#x5DE; een woordspeling is,
verwijzend naar een niet bij name genoemde plaats (zoals ook vs 2 woordspelingen
bevat).
11 Arnulf Kuschke, &#x201C;Jeremia 48, 1-8. Zugleich ein Beitrag zur historischen
Topographie Moabs,&#x201D; in Verbannung und Heimkehr. Beitr&#xE4;ge zur Geschichte und
Theologie Israels im 6. und 5. Jahrhundert v.Chr. (Fs Wilhelm Rudolph; ed. A.
        <xref ref-type="bibr" rid="R59">Kuschke; T&#xFC;bingen: Mohr, 1960</xref>
        ), 195; Huwyler, V&#xF6;lker, 156v..
Als het gericht komt is het gedaan met de glorie (&#x5D4;&#x5DC;&#x5D4;&#x5EA;) van Moab, zoals in 49:25
de &#x5D4;&#x5DC;&#x5D4;&#x5EA; van Damascas en in 51:41 de &#x5D4;&#x5DC;&#x5D4;&#x5EA; van Babel ondergaan (cf. 11:13 en
17:14). LXX vertaalt &#x1F30;&#x3B1;&#x3C4;&#x3C1;&#x3B5;&#x1F77;&#x3B1; &#x201C;genezing&#x201D; en heeft blijkbaar &#x5D4;&#x5DC;&#x5E2;&#x5EA; gelezen (cf.
46:11), hoewel sommige mss een dubbele vertaling hebben (ook &#x1F00;&#x3B3;&#x3B1;&#x3C5;&#x3C1;&#x1F77;&#x3B1;&#x3BC;&#x3B1;,
&#x201C;trots&#x201D;). Vanuit Chesbon wordt de val van Moab voorbereid; &#x5D4;&#x5D9;&#x5DC;&#x5E2; in 2aB slaat
stellig op Moab en niet op Chesbon zelf.12 Chesbon was een Moabitische stad
die door de vijand reeds was veroverd (cf. vss 34 en 45).
      </p>
      <p>De geschiedenis gaat zich herhalen (Numeri 21:28; cf. ook vs 45): vanuit
de grensstad Chesbon beraamt (&#x5D1;&#x5E9;&#x5D7;) de vijand zijn aanval op Moab. Chesbon
ligt in het noordelijk deel van Moab, op een strategisch belangrijke plaats aan de
&#x201C;Koningsweg&#x201D;. De tekst bevat een fraaie woordspeling met de plaatsnaam
Chesbon (&#x5DF;&#x5D5;&#x5D1;&#x5E9;&#x5D7;) en het verbum &#x201C;beramen&#x201D; (&#x5D1;&#x5E9;&#x5D7;). Geheel in de stijl van de
volkenorakels wordt de vijand niet nader ge&#xEF;ntroduceerd, waardoor het gevoel
van dreiging nog versterkt wordt. Wat de vijand in de zin heeft, is niets minder
dan de genocide van Moab: &#x5EA;&#x5E8;&#x5DB; &#x201C;uitroeien&#x201D; (cf. 47:4, 51:62) met &#x5DF;&#x5DE;-privativum
(cf. vs 42).13 LXX biedt met de plurale vertaling &#x1F10;&#x3BA;&#x1F79;&#x3C8;&#x3B1;&#x3BC;&#x3B5;&#x3BD; &#x3B1;&#x1F50;&#x3C4;&#x1F74;&#x3BD; &#x1F00;&#x3C0;&#x1F78; &#x1F14;&#x3B8;&#x3BD;&#x3BF;&#x3C5;&#x3C2;
(&#x201C;wij hebben haar van de volkeren afgesneden&#x201D;) een ander perspectief.</p>
      <p>Voordat het in vs 4 opnieuw over Moab als volk/land als geheel gaat,
worden in vss 2b en 3 eerst twee steden genoemd als exempel van wat Moab
ondergaat. Ook vs 2b bevat een woordspel: Madmen (&#x5DF;&#x5DE;&#x5D3;&#x5DE;) wordt een dodelijk
stilzwijgen (&#x5DD;&#x5DE;&#x5D3;: &#x201C;stil zijn&#x201D;, &#x201C;zwijgen&#x201D;, &#x201C;vernietigd worden&#x201D;) opgelegd.14 De
verdelging van Madmen wordt verbonden met het thema van het &#x201C;zwaard&#x201D; dat
achtervolgt, cf. 46:10,14,16 en 47:6. De plaatsnaam Madmen is verder
onbekend, wat aanleiding geeft tot veel discussie. LXX, Vulgata en Peshitta
lezen &#x5DF;&#x5DE;&#x5D3;&#x5DE; niet als plaatsnaam, maar als paronomasie van het verbum &#x5DD;&#x5DE;&#x5D3; in de
betekenis van &#x201C;stil zijn&#x201D;. Andere suggesties die zijn gedaan: Madmen is Medeba;
Madmen is te lezen als &#x201C;wateren van Dimon&#x201D; (&#x5DF;&#x5DE;&#x5D3;&#x5BE;&#x5D9;&#x5DE;), of als Dimon (dittografie
van de &#x5DE;; cf. de woordspeling in Jesaja 15:6); Madmen is een ontwikkeling van
Dibon (n.b. Dibon naast Chesbon ook in Numeri 21:30 en Jesaja 15:2,4);
Madmen is een spotnaam (zinspeling op het woord &#x5D4;&#x5E0;&#x5DE;&#x5D3;&#x5DE; (&#x201C;mesthoop&#x201D;, Jes.
25:10)). De plaatsnaam Madmen (&#x201C;mestvaalt&#x201D;) is in een agrarische samenleving
echter goed denkbaar, en kan het beste als toponiem worden opgevat.15
12 De Vulgata heeft de zin omgevormd tot een bedreiging tegen Chesbon zelf: &#x201C;contra
Esebon cogitaverunt malum.&#x201D;
13 Cf. Wilhelm Gesenius, E. Kautzsch, A.E. Cowley, Gesenius&#x2019; Hebrew Grammar
(Oxford: Clarendon Press, 1978), &#xA7;119y (= GKC).
14 Voor de vorm &#x5D9;&#x5DE;&#x5B4; &#x5D3;(&#x5EA;q&#x5B4;al of nif&#x2018;al?) zie GKC &#xA7;67t.
15 Zo terecht John M. Bracke, &#x201C;Madmen,&#x201D; ABD 4: 462v.; Rudolph Meyer en Herbert
Donner, eds., Wilhelm Gesenius&#x2019; hebr&#xE4;isches und aram&#xE4;isches Handw&#xF6;rterbuch &#xFC;ber
das Alte Testament (18th ed.; Berlin: Springer Verlag, 2013), 634 (= HAHAT).
48:3,4
Vss 3 en 4 zijn chiastisch met elkaar verbonden (&#x5D4;&#x5E7;&#x5E2;&#x5E6; in 3A // &#x5D4;&#x5E7;&#x5E2;&#x5D6; in 4B; &#x5E8;&#x5D1;&#x5E9;
in 3B en 4A; ook is er inhoudelijke correspondentie tussen &#x5DC;&#x5D5;&#x5E7; in 3A en &#x5D5;&#x5E2;&#x5D9;&#x5DE;&#x5E9;&#x5D4;
in 4B).</p>
      <p>Vs 3 sluit met de interjectie &#x5DC;&#x5D5;&#x5E7; &#x201C;hoor!&#x201D; direct aan bij vs 2, op levendige
wijze: volgend op de doodsdreiging in de richting van Madmen klinkt nu de
jammerklacht op uit Chorona&#xEF;m (&#x5E7;&#x5E2;&#x5E6;/&#x5E7;&#x5E2;&#x5D6;, cf. 47:2, 48:5, 49:21). De meeste
exegeten localiseren Choronaim in het zuid-westelijk deel van Moab: een golf
van geweld en doodslag verspreidt zich over het land Moab.</p>
      <p>Aansluitend bij &#x5E8;&#x5D1;&#x5E9; &#x201C;puinhoop&#x201D; in vs 3B expliceert vs 4A dat Moab in
puin ligt (&#x5E8;&#x5D1;&#x5E9; nif&#x2018;al). Het is niet onmogelijk dat vs 4A nog behoort tot de inhoud
van de jammerklacht uit Chorona&#xEF;m, maar eerder zal het hier gaan om een
verbreding van perspectief. Moab is totaal geru&#xEF;neerd, wat schrijnend zichtbaar
en hoorbaar is in de jammerklacht van haar &#x201C;kleinen&#x201D; (&#x5D4;&#x5D9;&#x5E8;&#x5D5;&#x5E2;&#x5E6;). Over dit laatste
woord is veel discussie. De qere&#x2019; heeft hier &#x5A9; &#x5D4;&#x5D9; &#x5E8;&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;&#x5B6; &#x5D9; &#x5E2;&#x5B4;&#x201C;&#x5E6;&#x5B0;haar kleinen&#x201D;. LXX heeft
hier echter een lezing die meer met de ketiv overeen komt (&#x5E8;&#x5D5;&#x5E2;&#x5E6; met &#x5D4;&#x2013;locale):
&#x1F00;&#x3BD;&#x3B1;&#x3B3;&#x3B3;&#x3B5;&#x1F77;&#x3BB;&#x3B1;&#x3C4;&#x3B5; &#x3B5;&#x1F30;&#x3C2; &#x396;&#x3BF;&#x3B3;&#x3BF;&#x3C1;&#x3B1; (&#x201C;boodschapt in Zoar&#x201D;; met wijziging van &#x5E2;&#x5DE;&#x5E9;
perfectum in imperatief, cf. BHS).16 Door de meeste exegeten wordt deze lezing
overgenomen.17 De lezing &#x201C;naar Zoar&#x201D; past goed bij vs 34 en bij de paralleltekst
in Jesaja 15:5, en geeft een goede zin: van Choronaim tot aan Zoar toe gaat de
kwade tijding. Lastig is wel dat de precieze locaties niet bekend zijn, zodat de
gedachte van uitgestrektheid (bijv. vanuit het noorden tot in het uiterste zuiden,
waar Zoar doorgaans gelocaliseerd wordt) niet bewezen is.</p>
      <p>Toch is het de vraag of deze lezing niet teveel wordt ingegeven door de
wens om een lectio difficilior in Jeremia 48 te assimileren aan de tekst van Jesaja
15.18 Met diverse exegeten19 is mijns inziens toch de lezing van MT te prefereren,
en wel om de volgende redenen: a) Jesaja 15:5 is eerder een paralleltekst van vss
5 en 34 dan van vs 4; bovendien gaat het in Jesaja 15:5 over vluchtelingen die in
Zoar komen en niet over een boodschap aan Zoar; b) MT (het tekstdeel van dit
vers in 2QJer frg. 16 is identiek) wordt gesteund door alle andere versiones
(Vulgata: &#x201C;parvuli&#x201D;; Peshitta: &#x201C;her poor people&#x201D;; Aquila: &#x3BC;&#x3B9;&#x3BA;&#x3C1;&#x3BF;&#x3B9;; Symmachus:
16 Ook enkele Hebreeuwse mss hebben de lezing &#x5D4;&#x5E8;&#x5D5;&#x5E2;&#x5D6; &#x201C;naar Zoar&#x201D;.
17 Zie ook de argumentatie bij Dominique Barth&#xE9;lemy en A.R. Hulst, Critique
textuelle de l&#x2019;Ancien Testament. 2: Isa&#xEF;e, J&#xE9;r&#xE9;mie, Lamentations (Freiburg:
Universit&#xE4;tsverlag; G&#xF6;ttingen: Vandenhoeck &amp; Ruprecht, 1986), 774v. (= CTAT).
18 Hiervoor waarschuwt Richard D. Weis, &#x201C;Patterns of Mutual Influence in the
Textual Transmission of the Oracles Concerning Moab in Isaiah and Jeremiah,&#x201D; in
Isaiah in Context (SVT, Festschrift Arie van der Kooij; ed. M.N. van der Meer o.a.;
Leiden: Brill, 2010), 180-182.
19 O.a. F.B. Huey (NAC), Jack R. Lundbom (AB), Georg Fischer (HThKAT) en John
L. Mackay (A Mentor Commentary).
&#x3BD;&#x3B5;&#x3C9;&#x3C4;&#x3B5;&#x3C1;&#x3BF;&#x3B9;; ook T leest geen plaatsnaam, maar heeft &#x201C;their rulers&#x201D; (&#x5D0;&#x5D4;&#x5E0;&#x5D5;&#x5D8;&#x5DC;&#x5D9;&#x5E9;);20 c)
14:3 heeft precies dezelfde ketiv/qere&#x2019; kwestie (&#x5D4;&#x5D9;&#x5E8;&#x5D5;&#x5E2;&#x5E6;), en daar gaat het duidelijk
niet om een locatief maar om &#x201C;dienaren&#x201D;; d) acceptatie van de LXX-lezing, die
bovendien ook &#x5D4;&#x5E7;&#x5E2;&#x5D6; niet vertaalt, doorbreekt het fraaie chiastische patroon van
vss 3-4 (zie boven). MT is op zich goed te verstaan en past in de context.</p>
      <p>De vraag is wie onder de &#x201C;kleinen&#x201D; (&#x5DD;&#x5D9;&#x5E8;&#x5D9;&#x5E2;&#x5E6;) zijn te verstaan. Dit woord
heeft het betekenisspectrum van &#x201C;klein&#x201D;, &#x201C;onbetekenend&#x201D;, &#x201C;jongere&#x201D;, &#x201C;dienaar&#x201D;
en duidt op een lage status in het familieverband. Volgens M. Saeb&#xF8; klinkt in
teksten als 48:4, 49:20 en 50:45 de gedachte mee &#x201C;tot zelfs de kleinen toe&#x201D;.21
Keil betrekt het woord op de hele bevolking van Moab, &#x201C;ad statum miserum
dejecti&#x201D;.22 Toch zal het eerder om de kleinsten gaan, niet alleen die van
Choronaim maar van heel Moab, en bevat de tekst een bewogen beeld: uit de
noodkreten van de kinderen die door merg en been gaan, blijkt de totale
ondergang.</p>
      <p>48:5
In aansluiting bij vss 3-4 geeft vs 5, ingeleid met een herhaald emfatisch &#x5D9;&#x5DB;, een
nadere illustratie en uitwerking van het algemene klagen. Hier is duidelijk
materiaal van Jesaja 15:5 gebruikt. Zowel vs 5aA als vs 5bA plaatsen de locaties
voorop; deze casus pendens lokt als het ware uit tot visualisering en participatie,
de blik van de lezer/hoorder wordt naar het gebeuren toegetrokken. De precieze
locatie van Luchit (met qere&#x2019;; de ketiv geeft geen goede zin en ook Jesaja 15:5
leest Luchit) en Chorona&#xEF;m is onbekend, en ook of het om &#xE9;en weg tussen beide
steden of om twee verschillende wegen gaat. Sterk is de retorische suggestie in
de tekst: berg op, berg af klinkt het weeklagen (het woordpaar &#x5D3;&#x5E8;&#x5D9; &#x2013; &#x5D4;&#x5DC;&#x5E2; staat
ook in vs 15).</p>
      <p>De zinsconstructie in vs 5aB is ongebruikelijk. De meeste exegeten
emenderen het laatste woord &#x5D9;&#x5DB;&#x5D1; in &#x5D5;&#x5D1;, zoals ook Jesaja 15:5 heeft; &#x5D9;&#x5DB;&#x5D1; zou een
conflatie kunnen zijn van &#x5D5;&#x5D1; met het partikel &#x5D9;&#x5DB; waarmee vs 5bA opent. De zin
loopt dan goed: &#x201C;met geween gaat men die (weg) op&#x201D;. Toch steunen alle
versiones (behalve de Peshitta) de lezing met het herhaalde &#x5D9;&#x5DB;&#x5D1;. Deze herhaling
heeft een intensiverende functie: het gaat om een onafgebroken bitter wenen. De
afwijkende woordvolgorde in vs 5aB hangt samen met p&#xF6;etische vrijheid.</p>
      <p>Een soortgelijke intensivering heeft ook vs 5bB met het woord &#x5D9;&#x5E8;&#x5E6;. Jesaja
15:5 mist dit woord, evenals LXX en Targum. Zowel Symmachus als Vulgata
20 Cf. Jan de Waard, A Handbook on Jeremiah (Textual Criticism and the Translator
2; Winona Lake: Eisenbrauns, 2003), 183.
21 Magne Saeb&#xF8;, &#x201C;&#x5E8;&#x5D9;&#x5E2;&#x5E6;,&#x201D; TWAT 6:1086.
22 Carl F. Keil en Franz Delitzsch, Jeremiah-Lamentations (BCAT, transl. D. Patrick;
Peabody: Hendrickson, 1989), 213.
hebben het opgevat in de betekenis van &#x201C;enemy&#x201D;, &#x201C;adversary&#x201D;23: &#x3BF;&#x1F31; &#x1F10;&#x3C7;&#x3B8;&#x3C1;&#x3BF;&#x3B9; resp.
hostes &#x2013; wat echter minder logisch is. Veel exegeten schrappen het woord (cf.
BHS). Beter is het om de drie woorden &#x5E8;&#x5D1;&#x5E9;&#x5BE;&#x5EA;&#x5E7;&#x5E2;&#x5E6; &#x5D9;&#x5E8;&#x5E6; op te vatten als een dubbele
status constructus: &#x201C;de &#x5D9;&#x5E8;&#x5E6; over de jammerklacht over de breuk/puinhoop&#x201D;. Het
woord &#x5D9;&#x5E8;&#x5E6; is dan een bijzondere pluralis van &#x5E8;&#x5E6;2 &#x201C;distress, trouble, anguish&#x201D; &#xF3;f
van &#x5E8;&#x5E6;7 &#x201C;shrill cry&#x201D;.24 Letterlijk vertaald: &#x201C;distress of a cry of destruction&#x201D;.25 Berg
op, berg af, trekken lange stoeten vluchtelingen al wenend door het land Moab.</p>
      <p>48:6
In vs 6 wordt Moab opnieuw direct aangesproken, zonder nadere identificatie
van de spreker. De oproep tot de vlucht, die overigens in vs 5 al voorondersteld
was, is een stijlmiddel dat door de profeten frequent gebruikt wordt.26 De oproep
van vs 6A en het perspectief van vs 6B zijn nauw verbonden: er rest de
vluchtende Moabieten niets dan een leven in de woestijn, letterlijk en figuurlijk.
De algemene zin van vs 6B is wel duidelijk, maar de precieze betekenis is
omstreden. Dit betreft zowel de verbale vorm &#x5D4;&#x5E0;&#x5D9;&#x5D9;&#x5D4;&#x5EA;&#x5D5; als de vergelijking &#x5E8;&#x5E2;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E2;&#x5DB;.</p>
      <p>In 6B lijkt &#x5D4;&#x5E0;&#x5D9;&#x5D9;&#x5D4;&#x5EA;&#x5D5; een feminiene plurale imperfectum-vorm van &#x5D4;&#x5D9;&#x5D4; te
zijn &#x2013; maar wie/wat is dan het subject? Verondersteld is wel dat het gaat over de
&#x201C;steden&#x201D; van Moab (cf. vs 9), maar dit past niet bij de masculiene vormen van
de imperatief in vs 6A. Een andere suggestie is dat &#x5DD;&#x5DB;&#x5E9;&#x5E4;&#x5E0; in vs 6A het subject
is, dan als pluralis te lezen (&#x201C;uw zielen&#x201D;), of dat een vorm van het verbum &#x5D4;&#x5D9;&#x5D7;
(&#x201C;houd je ziel in leven&#x201D;) of van het verbum &#x5D4;&#x5E0;&#x5D7; (&#x201C;legeren&#x201D;, zo BHS) gelezen moet
worden.</p>
      <p>
        Nog lastiger is de vertaling van &#x5E8;&#x5E2;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E2;: &#x201C;wilde ezel&#x201D; (LXX, Aquila;
equivalent van &#x5D3;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E2;), &#x201C;juniper&#x201D; / &#x201C;tamarisk&#x201D; / &#x201C;plant&#x201D; (V, Aq., S; alternatief van
&#x5E8;&#x5E2;&#x5E8;&#x5E2;), &#x201C;Aroer&#x201D; (Targum, Symmachus; cf. vs 19). Ook wordt wel de suggestie
gedaan dat &#x5E8;&#x5E2;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E2; een corrupt woord is, oorspronkelijk afkomstig uit Jesaja 15:5,
als glosse bij het slotwoord van 48:5 (zo BHS). Gelet op de parallel met 17:6,
lijkt mij (met andere commentatoren) de lezing &#x201C;jeneverbes&#x201D; / &#x201C;kale struik&#x201D; te
prefereren.27 Dit levert een sprekend beeld op in vs 6B: het volk van Moab wordt
opgeroepen de woestijn in te vluchten, waar het niets anders rest dan een
23 &#x201C;&#x5E8;&#x5E6;3,&#x201D; in The Dictionary of Classical Hebrew 7 (ed. David J.A. Clines; Sheffield:
Sheffield Phoenix Press, 2010), 155 (= DCH).
24 DCH 7, 154 resp. 156.
25 De Waard, Handbook, 186.
26 Robert Bach, Die Aufforderungen zur Flucht und zum Kampf im alttestamentlichen
Prophetenspruch (WMANT 9; Neukirchen: Neukirchener Verlag, 1962).
27 In de lijn van de keuze van HAHAT 1013 en DCH 6, 556; zie ook de brede
bespreking in CTAT 2, 778-780 en de lijst met alternatieve emendaties bij
        <xref ref-type="bibr" rid="R51">Huwyler
1997</xref>
        , 160 n. 357.
permanente &#x201C;struggle for life&#x201D;, een hard en vruchteloos bestaan. Zo wordt de
vloek van het oordeel werkelijkheid.
      </p>
      <p>48:7
Met een causaal &#x5D9;&#x5DB; wordt in vs 7 de reden van het in vs 6 aangekondigde oordeel
ingeleid. De aanspraak in de 2e persoon masculinum in vs 6 switcht naar de
aanspraak in de 2e persoon femininum in vs 7. In vs 6 worden de mensen
aangesproken, in vs 7 de gehele bevolking van Moab: ook jij (&#x5EA;&#x5D0;&#x5BE;&#x5DD;&#x5D2;, cf. 50:24)
wordt gevangen (&#x5D3;&#x5DB;&#x5DC;, als in vs 1)! Hiermee wordt Moab een plaats gewezen in
de rij van alle volken over wie de storm van het Babylonische leger komt.</p>
      <p>De reden (prepositie &#x5DF;&#x5E2;&#x5D9;) van het oordeel is het zelfverzekerde en
zorgeloze vertrouwen van Moab. Dit vertrouwen (&#x5D7;&#x5D8;&#x5D1; inf.cstr.) geldt twee
zaken: de eigen &#x201C;werken&#x201D; (&#x5DD;&#x5D9;&#x5E9;&#x5E2;&#x5DE;) en de eigen &#x201C;schatten&#x201D; (&#x5EA;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E6;&#x5D5;&#x5D0;). Wat valt
hieronder concreet te verstaan? LXX leest slechts &#xE9;&#xE9;n woord: &#x201C;strongholds&#x201D;
(&#x1F40;&#x3C7;&#x3C5;&#x3C1;&#x1F7D;&#x3BC;&#x3B1; plur.).28 Targum lijkt dubbel vertaald te hebben: &#x201C;in your treasures and
in your treasure-houses&#x201D; (&#x5DA; &#x5D6;&#x5E0; &#x5D2;&#x5B4;&#x5A9;&#x5EA;&#x5D9; &#x5D1;&#x5D1;&#x5D5;&#x5C1;&#x5BB;&#x5A9;&#x5DA;&#x5E8;)&#x5B7;&#x5E6;.&#x5B0;&#x5D5;&#x5B9;&#x5D0;P&#x5D1;e&#x5B0;shitta en Vulgata hebben beide
&#x201C;vestingen en schatten&#x201D;.29</p>
      <p>Dat de &#x201C;werken&#x201D; zien op afgodenbeelden lijkt niet waarschijnlijk, gelet
op de combinatie met &#x201C;schatten&#x201D;. Van belang is ook de paralleltekst Ezechi&#xEB;l
28:4v.: hier wordt van Tyrus gezegd dat het hoogmoedig en zelfverzekerd is
geworden, trots op het eigen bezit in de schatkamers (&#x5EA;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E6;&#x5D5;&#x5D0;) waar het een
vermogen heeft gemaakt (&#x5D4;&#x5E9;&#x5E2;). Toch zal in 48:7 meer bedoeld zijn dan alleen
rijkdom, mede gelet op de context waarin Moabs reputatie van een krachtige
defensie uitkomt (cf. vss 18 en 41). Het lijkt het beste om in de lijn van Peshitta
en Vulgata primair te denken aan de vestingen en voorraden waarover Moab
beschikt. Het land waant zich onaantastbaar achter een linie van hooggelegen
fortificaties en beschikt blijkbaar over grote proviandvoorraden. Bij &#x5EA;&#x5D5;&#x5E8;&#x5E6;&#x5D5;&#x5D0; is
niet alleen te denken aan geld en goed, maar aan alle mogelijke voorraden (ook
wapens, cf. 50:25).</p>
      <p>Het mag allemaal niet baten; Moab gaat ten onder. Het meest sprekende
teken hiervan is de wegvoering van het beeld van de god Kemos samen met zijn
&#x201C;gevolg&#x201D;, de priesters en oversten. Kemos gaat als het ware in ballingschap; voor
de combinatie &#x5D4;&#x5DC;&#x5D2;&#x5D1;&#x5A9; &#x5D0;&#x5E6;&#x5D9; cf. 29:11. Voor de praktijk van het wegvoeren van
godenbeelden, breed geattesteerd in de literatuur van het oude Nabije Oosten, zie
ook 43:12, 49:7; Amos 5:25 en Jesaja 46:1v. Geen mooier symbool van totale
triomf dan het meevoeren van de godenbeelden van de overwonnen vijand.</p>
      <p>Vs 7b heeft twee ketiv/qere&#x2019; kwesties. De eerste betreft de schrijfwijze
van de godsnaam Kemos in vs 7bA. BHS (gevolgd door vele exegeten) kiest voor</p>
      <p>De lezing van MT met twee woorden ook in 2QJer frg. 9i.</p>
      <p>Aquila en Symmachus helpen met de vertaling &#x1F10;&#x3C1;&#x3B3;&#x3BF;&#x3B9; niet veel verder.
de qere&#x2019; &#x5E9;&#x5D5;&#x5DE;&#x5DB; &#x201C;Kemos&#x201D;, zoals deze naam ook elders in het OT geschreven
wordt.30 Recent onderzoek heeft echter uitgewezen dat de ketiv &#x5E9;&#x5D9;&#x5DE;&#x5DB; een
archa&#xEF;sche schrijfwijze is; de godheid Kami&#x161; komt frequent voor in de Ebla
teksten (dka-mi-i&#x161;; cf. de plaatsnaam Karkemi&#x161;, &#x201C;stad van Kami&#x161;&#x201D;). 31 De god
Kemos werd vanaf oude tijden in Noord-Syri&#xEB; en Mesopotami&#xEB; vereerd. Later
werd Kemos de nationale god van Moab (vs 13); Kemos wordt genoemd &#x201C;de god
van Moab&#x201D; (1 Kon. 11:33; 2 Kon. 23:13) en Moab &#x201C;het volk van Kemos&#x201D; (vs 46;
Numeri 21:29). De tweede kwestie betreft het slotwoord; met BHS wordt
unaniem aangenomen dat het hier om een haplografie gaat (vs 8 opent met een
&#x5D5;) en dat &#x5D5;&#x5D3;&#x5D7;&#x5D9; is te lezen (zoals ook in 49:3).</p>
      <p>48:8
In vs 8 wordt de in vs 7 aangekondigde ondergang toegelicht en onderstreept.
Moabs vertrouwen op eigen macht zal misplaatst blijken te zijn als de vijand het
land overspoelt. Een &#x201C;verwoester&#x201D; (&#x5D3;&#x5D3;&#x5E9;, cf. vs 1) komt en zal zijn werk grondig
doen. De identiteit van deze verwoester wordt, zoals vrijwel steeds in de
volkenprofetie, niet nader onthuld &#x2013; maar ieder weet om wie het gaat. De vijand
zal geen stad ongemoeid laten, &#xE1;lle steden zullen ingenomen worden (vs 8a) &#x2013;
deze formulering komt alleen hier voor en werpt misschien licht op de
opvallende vermelding van zoveel toponiemen in Jeremia 48. Vs 8 sluit aan bij
vs 6, waar de Moabieten werden opgeroepen zich in veiligheid te brengen (&#x5D8;&#x5DC;&#x5DE;);
hetzelfde verbum wordt hier gebruikt om de totale ondergang te tekenen &#x2013; geen
enkele stad zal ontkomen (&#x5D8;&#x5DC;&#x5DE;).</p>
      <p>De verwoesting strekt zich uit over het hele land. Na de steden in vs 8a
worden in vs 8bA &#x201C;de vallei&#x201D; (&#x5E7;&#x5DE;&#x5E2;&#x5D4;) en &#x201C;de vlakte&#x201D; (&#x5E8;&#x5E9;&#x5D9;&#x5DE;&#x5D4;) genoemd. Het is
mogelijk om deze woorden te lezen als aanduiding van een totaliteit (alle steden,
dalen, vlakten), m.a.w. de vijand verwoest stad en land. Mede gelet op het
gebruik van het lidwoord lijkt het echter beter om te denken aan specifieke
streken. Onder &#x5E7;&#x5DE;&#x5E2;&#x5D4; is dan te verstaan het gebied van de Jordaanvallei ten
noordoosten van de Dode Zee (cf. Joz. 13:27); &#x5E8;&#x5E9;&#x5D9;&#x5DE;&#x5D4; is het plateau of de
hoogvlakte vanaf de Arnon tot het gebied ter hoogte van Chesbon (cf. Joz.
13:16v.). Deze vruchtbare (meest bekende) delen van Moab zullen te gronde
gaan (&#x5D3;&#x5D1;&#x5D0;) en vernietigd worden (&#x5D3;&#x5DE;&#x5E9; nif., frequent in verbondsvervloekingen
(cf. Deuteronomium 28)).
30 Het vocaalpatroon van Kemo&#x161; is dat van &#x5E9; &#x5D0;&#x201C;&#x5D1;s&#x5BC;&#x5B9;&#x5BD;tank&#x201D;; LXX en Vulgata zullen de
originele uitspraak weerspiegelen: &#x3A7;&#x3B1;&#x3BC;&#x3C9;&#x3C2; resp. Chamos.
31 Hans-Peter M&#xFC;ller, &#x201C;Chemosh,&#x201D; in Dictionary of Deities and Demons in the Bible
(ed. Karel van der Toorn, Bob Becking, Pieter W. van der Horst; Leiden, New York,
K&#xF6;ln: Brill, 1995), 356-362.</p>
      <p>Op deze wijze wordt Moabs val drievoudig beschreven, met de nomina
stad / vallei / vlakte en de verba &#x5D3;&#x5DE;&#x5E9; /&#x5A9;&#x5D3;&#x5D1;&#x5D0;&#x5A9;/ &#x5D8;&#x5DC;&#x5DE;&#x5A9;&#x5D0;&#x5DC;. Dit komende gericht over
Moab wordt bekrachtigd door de slotwoorden in vs 8bB &#x201C;zoals YHWH
gesproken heeft&#x201D; (&#x5D4;&#x5D5;&#x5D4;&#x5D9; &#x5E8;&#x5DE;&#x5D0; &#x5E8;&#x5E9;&#x5D0;). Deze formule is uniek; er is echter geen reden
om &#x5E8;&#x5E9;&#x5D0; op te vatten als een dittografie (BHS, cf. 6:15)32 of aan te vullen als
&#x5E8;&#x5E9;&#x5D0;&#x5DB;; het correlatieve &#x5E8;&#x5E9;&#x5D0; kan goed met &#x201C;zoals&#x201D; vertaald worden.33 Het
totaalgericht over Moab is gevolg en uitvoering van het daadkrachtige woord
van YHWH.</p>
      <p>48:9
Lastig is de eerste helft van dit tekstvers. Zowel het nomen &#x5E5;&#x5D9;&#x5E6; &#x201C;bloem&#x201D;,
&#x201C;diadeem&#x201D; in vs 9aA als de hapax &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; in 9aB zijn onhelder. Vermoedelijk bevat
de tekst een woordspel (&#x5D0;&#x5E6;&#x5EA; &#x2013; &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; &#x2013; &#x5E5;&#x5D9;&#x5E6;), maar de pointe ontgaat de lezer. Ook
een vergelijking met de verwante tekst Jeremia 4:7 brengt niet veel verder.
Vanuit de context is duidelijk dat vs 9 het definitieve oordeel aankondigt, in een
finaal exit van Moab. Dit wordt op een of andere manier geaccentueerd in vs 9a
met de oproep om &#x201C;iets&#x201D; aan Moab te geven omdat het &#x201C;op een bepaalde wijze&#x201D;
weggaat, met als resultaat de onbewoonde woestenij in vs 9b.</p>
      <p>Wat moet aan Moab worden gegeven (vs 9aA)? Vier oplossingen zijn
geboden:
1) een bloem of diadeem. Een letterlijke vertaling van &#x5E5;&#x5D9;&#x5E6; als &#x201C;bloem&#x201D;
hebben Vulgata, Aquila en Symmachus; Targum en Peshitta lezen
&#x201C;kroon&#x201D; of &#x201C;diadeem&#x201D;. Het is echter lastig om de zin van het geven van
een bloem/diadeem aan Moab te verstaan.
2) een grafteken of graftombe. LXX heeft &#x3C3;&#x3B7;&#x3BC;&#x3B5;&#x1FD6;&#x3B1; &#x201C;tekens&#x201D;, wat diverse
exegeten (cf. BHS) brengt tot de conjectuur &#x5DF;&#x5D5;&#x5D9;&#x5E6; &#x201C;grafteken&#x201D;, cf. 2
Koningen 23:17. De gedachte is hierbij dat het hele land in een groot
kerkhof verandert. Probleem is dan wel dat in vs 9aB juist sprake is van
het vertrekken uit het land.
3) zout. Ook nam men wel aan dat het Hebreeuwse &#x5E5;&#x5D9;&#x5E6; en het Ugaritische
&#x1E63;&#xEE;&#x1E63;&#xFB;ma dezelfde betekenis &#x201C;zout&#x201D; hebben; de zin van het geven van zout
aan Moab ligt in de rite van het uitstrooien van zout over een verwoeste
stad (cf. Richt. 9:45). Dat &#x5E5;&#x5D9;&#x5E6; met &#x201C;zout&#x201D; vertaald kan worden, is echter
toch niet waarschijnlijk.34
32 Alle versiones steunen MT.
33 Zie Eduard K&#xF6;nig, Historisch-comparative Syntax der hebr&#xE4;ischen Sprache
(Leipzig: Hinrichs, 1897), &#xA7; 388a.
34 Cf. Ludwig K&#xF6;hler, Walter Baumgartner, Benedikt Hartmann, Hebr&#xE4;isches und
aram&#xE4;isches Lexikon zum Alten Testament 3 (Leiden: Brill, 1996), 959 (= HALAT).
4) vleugels. Deze &#x2013; traditionele &#x2013; vertaling kan worden afgeleid uit het
Aramees.35 De oproep Moab vleugels te geven om des te beter te kunnen
vluchten is ironisch bedoeld. Vergelijk de aansporing tot vluchten in vs 6
en vs 28 (cf. ook Ps. 11:1, 55:7v; Jes. 16:2).</p>
      <p>Even problematisch als 9aA is de zinsnede &#x5D0;&#x5E6;&#x5EA; &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; &#x5D9;&#x5DB; in vs 9aB. Alleen
het woord &#x5D0;&#x5E6;&#x5EA; is duidelijk: Moab zal moeten &#x201C;uitgaan&#x201D;, &#x201C;vertrekken&#x201D;, zoals
Kemos met zijn gevolg in vs 7. De hapax &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; is lastig, evenals de combinatie
met &#x5D0;&#x5E6;&#x5EA;. LXX leest &#x1F01;&#x3C6;&#x1FC7; &#x1F00;&#x3BD;&#x3B1;&#x3C6;&#x3B8;&#x1F75;&#x3C3;&#x3B5;&#x3C4;&#x3B1;&#x3B9; &#x201C;she will be kindled with kindling&#x201D;
(afgeleid van &#x5EA;&#x5E6;&#x5D9; &#x201C;verbranden&#x201D;); in dezelfde lijn heeft Peshitta &#x201C;utterly
destroyed&#x201D;, vermoedelijk van &#x5D4;&#x5E6;&#x5E0;2 &#x201C;verdelgen&#x201D;.36 Targum leest &#x201C;surely go into
captivity&#x201D; (&#x5D9; &#x5DC;&#x5D2;&#x5EA;&#x5B4; &#x5A9; &#x5D0; ).&#x5DC;&#x5D2;L&#x5DE;&#x5B4;XX, Peshitta en Targum veronderstellen een figura
etymologica waar MT een combinatie van twee verschillende verba heeft.
Letterlijk en onbegrijpelijk vertalen Vulgata (&#x201C;florens egredientur&#x201D;) en Aquila
(&#x1F00;&#x3BD;&#x3B8;&#x3BF;&#x3C5;&#x342; &#x3C3;&#x3B1; &#x1F10;&#x3BE;&#x3B5;&#x3BB;&#x3B5;&#x1F7B;&#x3C3;&#x3B5;&#x3C4;&#x3B1;&#x3B9;). Soms neemt men voor &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; de betekenis &#x201C;vliegen&#x201D; aan,37
in het verlengde van de &#x201C;vleugels&#x201D; in vs 9aA &#x2013; wat echter een gissing is. Wellicht
kan een parallel met Klaagliederen 4:15 hulp bieden. Hier staat, in een met
Jeremia 48:9 vergelijkbare context, de verbale vorm &#x5D5;&#x5BC; &#x5E6;&#x5B0; n&#x5E0;aast &#x5D5;&#x5BC;&#x5E2; a&#x5E0;ls aansporing
om weg te gaan en rond te zwerven; nergens is meer plek voor de
aangesprokenen. Mogelijk zijn &#x5D0; &#x5E6;i&#x5E0;n&#x5B0; Jeremia 48:9 en het overigens even
moeilijke &#x5D5;&#x5BC; &#x5E6;&#x5B0; i&#x5E0;n Klaagliederen 4:15 beide van de wortel &#x5D4;&#x5E6;&#x5E0;3 &#x201C;eilen&#x201D; (HAHAT
838) = &#x5D4;&#x5E6;&#x5E0; IV &#x201C;to hasten&#x201D; (DCH 5, 737). In vs 9aB versterkt de infinitivus
absolutus &#x5D0;&#x5E6;&#x5E0; de actie van het &#x201C;uitgaan&#x201D;; tentatief vertaald &#x201C;zij moet voorgoed
weggaan&#x201D;. Wat overblijft is een woestenij&#x201D; (&#x5D4;&#x5DE;&#x5E9;) waar geen mens meer
woont (cf. 4:29, 26:9, 34:22, 44:2, 46:19, 51:29,43).</p>
      <p>48:10
De gang van de profetie lijkt in vs 10 onderbroken te worden, met een
vloekwoord in een ander register en een andere toon. Door een meerderheid van
de exegeten wordt deze tekst toegeschreven aan het werk van een latere redactor
of latere glossator. Vs 10 zou een on-Jeremiaanse eruptie van kwalijke gevoelens
verraden (haat tegen Moab) en zowel inhoudelijk als stilistisch (proza in plaats
van po&#xEB;zie) niet in de context passen. Op deze argumentatie valt echter het een
en ander af te dingen.</p>
      <p>Ten eerste is het lastig om te bepalen of vs 10 proza of po&#xEB;zie is; de
meningen zijn hierover dan ook verdeeld. De tekst van Jereremia 48 is een
veelvormig literair moza&#xEF;ek met een zo levendige wisseling van stijl en toon, dat
het onderscheiden van secundaire elementen op deze basis snel willekeurig
wordt. Vervolgens is het onloochenbaar dat de inhoud van vs 10 terdege de
intentie van de profetie weerspiegelt, nl. dat het gericht over Moab het &#x201C;werk van</p>
      <p>CTAT 2, 783v. en De Waard, Handbook, 190.</p>
      <p>Cf. BHS; HAHAT 482; HALAT 674v.</p>
      <p>CTAT 2, 784v.; cf. DCH 5, 737.
YHWH&#x201D; is. Hij is de initiator en de Koning die het bevel voert (cf. vs 15). Vs 10
expliciteert wat in vss 1-9 impliciet aanwezig is. Het motief van het zwaard is
authentiek Jeremiaans (cf. 46:10, 14 en 47:6v.), evenals het gebruik van het
verbum &#x5E2;&#x5E0;&#x5DE; in vs 10bB (2:25, 5:25, 31:16) en het gebruik van een vloekformule
(11:3; 17:5: 20:14v.). Het stijlmiddel van een vervloeking in verband met
nonparticipatie (of nalatigheid) in de strijd tegen de vijand van YHWH valt mijns
inziens in de context van dit orakel niet uit de toon, mits niet ge&#xEF;nterpreteerd in
psychologisch-emotionele zin. Parallellen zijn Richteren 5:23 (vervloeking over
Meroz, omdat het niet opgekomen is YHWH te hulp), Richteren 21:5 (een
vervloeking over wie niet was opgekomen naar YHWH in Mizpa voor de strijd
tegen Benjamin) en 1 Samu&#xEB;l 11:7 (de symboolhandeling met de door Saul in
stukken gehakte runderen, om het volk op te roepen tot de strijd).38</p>
      <p>Of vs 10 van de hand van de historische profeet Jeremia zelf is ofwel een
redactionele commentaar vormt, valt moeilijk nader te aan te tonen. De inhoud
van vss 1-9 wordt door vs 10 in het licht gesteld van wat YHWH doet, en
daarmee ongekend bekrachtigd. Na vs 10 wordt opnieuw ingezet met het
oordeel, met als vertrekpunt het ongestoorde bestaan van Moab in het verleden
dat in de nabije toekomst radicaal ten einde zal komen.</p>
      <p>De dubbele vervloeking (&#x5E8;&#x5D5;&#x5E8;&#x5D0;) geldt dezelfde nalatigheid: niet of
onvoldoende zich inzetten voor &#x201C;het werk van YHWH&#x201D; en het zwaard zijn werk
niet laten doen. Met &#x5D4;&#x5D5;&#x5D4;&#x5D9; &#x5EA;&#x5DB;&#x5D0;&#x5DC;&#x5DE; wordt de uitvoering van het gericht over Moab
op bijzondere wijze gekarakteriseerd (cf. 50:25). Het woord &#x5EA;&#x5DB;&#x5D0;&#x5DC;&#x5DE; ziet vaak op
&#x201C;heilige&#x201D; arbeid: bouwen aan de tempel of het verrichten van cultische taken in
de tempel (cf. 1 Kronieken 26:30). Hier gaat het om het werk van YHWH zelf,
waarin Hij mensen inschakelt als zijn instrumenten. Daarbij past alleen totale
inzet. Het adverbiaal gebruikte &#x5D4;&#x5D9;&#x5DE;&#x5E8; heeft twee betekenissen: 1) laksheid,
nalatigheid, en 2) bedrog. De meeste versiones hebben de tweede betekenis, maar
met LXX (&#x1F00;&#x3BC;&#x3B5;&#x3BB;&#x1FF6;&#x3C2;, &#x201C;carelessly&#x201D;) is de eerste betekenis te verkiezen.39 De
vervloeking over nalatigheid bij het &#x201C;werk van YHWH&#x201D; is een krachtige
aansporing tot totale inzet. Het zwaard moet zijn werk volledig kunnen doen, en
niet afgehouden worden van &#x201C;bloed&#x201D;, het doden van de vijand. Het gebruik van
het stijlmiddel van een vloekwoord in dit po&#xEB;tisch getoonzette orakel heeft een
sterk retorische functie: de onderstreping van het gericht over Moab dat door de
vijand &#x2013; in deze context onmiskenbaar de Babyloni&#xEB;rs &#x2013; voltrokken wordt. Vs
10 bevat een huiveringwekkend woord. Te bedenken is, dat het
Bijbelstheologisch en hermeneutisch onmogelijk is om deze tekst, los van de context,
38 Vergelijk ook Willy Schottroff, Der altisraelitische Fluchspruch
(NeukirchenVluyn: Neukirchener Verlag, 1969), 212-214, die op dit punt spreekt van &#x201C;Kampf als
religi&#xF6;ser Pflicht&#x201D; en de vloek als een &#x2018;behelfsm&#xE4;ssiges Mittel zur Sicherung von
Rechten (und Eiden), wie es im Stammesbereich &#xFC;berhaupt angewandt wurde.&#x2019;
39 Cf. het gebruik van &#x5D4;&#x5D9;&#x5DE;&#x5E8; in Spreuken 10:4, 12:24,27, 19:5; Psalmen 78:57 en Hosea
7:16.
zich toe te eigenen ter legitimatie van enig geweld tegen persoonlijke, nationale
of religieuze vijanden.
3</p>
    </sec>
    <sec id="sec-7">
      <title>TER AFSLUITING</title>
      <p>Jeremia 48 biedt een opmerkelijk lange volkenprofetie, gericht tegen Moab. De
tekst vertoont tekenen van bewerking en groei, niet het minst vanwege de
verwerking van materiaal uit andere profetische geschriften. Het is lastig om een
duidelijke structuur in het geheel te ontdekken, maar de eerste sectie 48:1-10
vormt stellig een eenheid. Dit is een gedeelte dat tekstkritisch en semantisch
soms voor puzzels zorgt, maar waarvan de strekking op zich onmiskenbaar is. In
alle toonaarden en met pakkende beelden wordt Isra&#xEB;ls buurland Moab het
oordeel aangezegd. Moab wordt afgestraft vanwege alle hybris en
zelfvertrouwen. De voltrekker van het gericht is YHWH zelf, die daarvoor een
verwoester (de Babyloni&#xEB;rs) gebruikt. Het gaat om zijn &#x201C;werk&#x201D;, dat zonder
lauwheid verricht moet worden. In het vervolg van het orakel zal uitkomen dat
dit YHWH zelf bepaald niet onbewogen laat.</p>
    </sec>
  </body>
  <back>
    <ref-list><ref id="R37"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Cazelles</surname><given-names>H</given-names></name><name><surname>Bach</surname><given-names>Robert</given-names></name></person-group><article-title>Die Aufforderungen zur Flucht und zum Kampf im alttestamentlichen Prophetenspruch</article-title><source>Vetus Testamentum</source><year>1964-oct</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/1516806</pub-id></element-citation></ref><ref id="R38"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Roth</surname><given-names>Wolfgang</given-names></name></person-group><article-title>$\less$i$\greater$Klagender Gott&#x2014;Klagende Menschen: Studien zur Klage im Jeremiabuch$\less$/i$\greater$ (review)</article-title><source>Hebrew Studies</source><year>1992</year><fpage>98</fpage><lpage>100</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1353/hbr.1992.0012</pub-id></element-citation></ref><ref id="R39"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"/><article-title>BARTH&#xC9;LEMY, D., Critique textuelle de l\textquotesingleancien Testament. 2. Isa&#x102;&#x17B;e. J&#xE9;r&#xE9;mie. Lamentations (Orbis Biblicus et Orientalis, 50/2), Fribourg: &#xC9;ditions Universitaires, and G&#x102;&#x15B;ttingen: Vandenhoeck &amp; Ruprecht, 1986. Pp. xviii, \ast1-\ast71, 1013</article-title><source>Journal for the Study of the Old Testament</source><year>1988-feb</year><fpage>127</fpage><lpage>127</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/030908928801304032</pub-id></element-citation></ref><ref id="R40"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Bienkowski</surname><given-names>Piotr</given-names></name></person-group><article-title>The Beginning of the Iron Age in Edom: A Reply to Finkelstein</article-title><source>Levant</source><year>1992-jan</year><fpage>167</fpage><lpage>169</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1179/007589192790220919</pub-id></element-citation></ref><ref id="R42"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Emerton</surname><given-names>JA</given-names></name><name><surname>Dearman</surname><given-names>[J]A</given-names></name></person-group><article-title>Studies in the Mesha Inscription and Moab</article-title><source>Vetus Testamentum</source><year>1990-oct</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/1519245</pub-id></element-citation></ref><ref id="R43"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Sharp</surname><given-names>Carolyn</given-names></name></person-group><article-title>Review of Reading the Book of Jeremiah: A Search for Coherence (Winona Lake: Eisenbrauns, 2004).</article-title><source>Journal of Hebrew Scriptures</source><year>2006</year><pub-id pub-id-type="doi">10.5508/jhs.2006.v6.r8</pub-id></element-citation></ref><ref id="R44"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Jasi&#xB4;nski</surname><given-names>Miros\law</given-names></name></person-group><article-title>Heinz-Josef Fabry, Ulrich Dahmen (Hrsg.), Theologisches W&#x102;&#x15B;rterbuch zu den Qumrantexten, Bd. 1 (aleph&#x2013;chet), Verlag W. Kohlhammer, Stuttgart 2011, ss. xxiv $\mathplus$ 1096 [556]</article-title><source>Teologia i Cz\lowiek</source><year>2012-nov</year><pub-id pub-id-type="doi">10.12775/ticz.2012.039</pub-id></element-citation></ref><ref id="R45"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Lindeskog</surname><given-names>G&#x102;&#x15B;sta</given-names></name></person-group><article-title>Rudolf Pesch: Das Markusevangelium. I. Teil. Einleitung und Kommentar zu Kap. 1, 1-8, 26. (Herders Theologischer Kommentar zum Neuen Testament Band II), Herder, Freiburg im Breisgau 1976, XXIV, 421 pp</article-title><source>Zeitschrift f&#x102;&#x17A;r Religions- und Geistesgeschichte</source><year>1978-jan</year><fpage>81</fpage><lpage>82</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/157007378x00174</pub-id></element-citation></ref><ref id="R46"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Drennan</surname><given-names>Martin</given-names></name></person-group><article-title>Book Review: The Anchor Bible Dictionary. General Editor: David Noel Freedman. London: Doubleday, 1992. Six volumes. Price $60 per volume</article-title><source>Irish Theological Quarterly</source><year>1996-mar</year><fpage>75</fpage><lpage>77</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/002114009606200108</pub-id></element-citation></ref><ref id="R47"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Barr</surname><given-names>James</given-names></name></person-group><article-title>A. E. Cowley: Gesenius\textquotesingle Hebrew grammar$\mathsemicolon$ as edited and enlarged by the late E. Kautzsch. Second English edition. (Fifteenth impression.) xvi, 616 pp. Oxford: Clarendon Press: Oxford University Press, 1980. &#xA3;10.</article-title><source>Bulletin of the School of Oriental and African Studies</source><year>1981-jun</year><pub-id pub-id-type="doi">10.1017/s0041977x00139771</pub-id></element-citation></ref><ref id="R48"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Fitzmyer</surname><given-names>JosephA</given-names></name></person-group><article-title>Book Review: Targum Jonathan of the Former Prophets: Introduction, Translation and Notes, the Isaiah Targum: Introduction, Translation, Apparatus and notes, the Targum of Jeremiah: Translated, with a Critical Introduction, Apparatus, and Notes, the Targum of Ezekiel: Translated, with a Critical Introduction, Apparatus, and Notes</article-title><source>Theological Studies</source><year>1988-dec</year><fpage>735</fpage><lpage>739</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/004056398804900410</pub-id></element-citation></ref><ref id="R49"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Carroll</surname><given-names>RobertP</given-names></name></person-group><article-title>Jeremiah 2: A Commentary on the Book of the Prophet Jeremiah, Chapters 26&#x2013;52. By William L. Holladay. (Hermeneia: A Critical &amp; Historical Commentary on the Bible.) Minneapolis, Fortress Press, 1989 (distributed in Britain by SCM Press). Pp. xxxi $\mathplus$ 543. &#xA3;34.50.</article-title><source>Scottish Journal of Theology</source><year>1993-feb</year><pub-id pub-id-type="doi">10.1017/s0036930600038503</pub-id></element-citation></ref><ref id="R50"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Soards</surname><given-names>MarionL</given-names></name></person-group><article-title>Philippians, Colossians, Philemon: The New American Commentary, Vol. 32$\mathsemicolon$ By Richard R. Melick, Jr. Nashville, Broadman, 1991. 384 pp. $22.95</article-title><source>Theology Today</source><year>1993-oct</year><fpage>472</fpage><lpage>476</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/004057369305000321</pub-id></element-citation></ref><ref id="R51"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Delling</surname><given-names>Gerhard</given-names></name></person-group><article-title>Dieter S&#x102;&#x84;NGER, Antikes Judentum und die Mysterien. Religionsgeschichtliche Untersuchungen zu Joseph und Aseneth (Wissenschaftliche Untersuchungen zum Neuen Testament, 2. Reihe 5), J. C. B. Mohr (Paul Siebeck), T&#x102;&#x17A;bingen 1980, VIII und 274 S., kart. DM 49</article-title><source>Journal for the Study of Judaism</source><year>1980-jan</year><fpage>229</fpage><lpage>231</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/157006380x00226</pub-id></element-citation></ref><ref id="R52"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Janzen</surname><given-names>Waldemar</given-names></name></person-group><article-title>Mourning Cry and Woe Oracle</article-title><year>1972</year><pub-id pub-id-type="doi">10.1515/9783110836905</pub-id></element-citation></ref><ref id="R53"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Hunt</surname><given-names>JoelH</given-names></name></person-group><article-title>Howling over Moab: Irony and Rhetoric in Isaiah 15-16. Brian Jones</article-title><source>Journal of Near Eastern Studies</source><year>2002-jul</year><fpage>228</fpage><lpage>230</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1086/469036</pub-id></element-citation></ref><ref id="R54"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>J.A.E</surname><given-names/></name></person-group><article-title>I.W. PROVAN, Lamentations. The New Century Bible Commentary. xviii $\mathplus$ 142 pp. Marshall Pickering, London$\mathsemicolon$ and W.B. Eerdmans, Grand Rapids, 1991.</article-title><source>Vetus Testamentum</source><year>1995-jan</year><fpage>282</fpage><lpage>283</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/1568533952581252</pub-id></element-citation></ref><ref id="R55"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"/><article-title>Delitzsch on IsaiahBiblical Commentary on the Prophecies of Isaiah. Franz Delitzsch , James Denney</article-title><source>The Old and New Testament Student</source><year>1891-sep</year><fpage>185</fpage><lpage>186</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1086/470834</pub-id></element-citation></ref><ref id="R56"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>McCconvery</surname><given-names>Brendan</given-names></name></person-group><article-title>Book Review: The Word Bible Commentary. Word Books, Dallas Texas</article-title><source>Irish Theological Quarterly</source><year>1998-dec</year><fpage>404</fpage><lpage>406</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/002114009806300411</pub-id></element-citation></ref><ref id="R57"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Stinespring</surname><given-names>WF</given-names></name><name><surname>Koehler</surname><given-names>Lidwig</given-names></name><name><surname>Baumgartner</surname><given-names>Walter</given-names></name><name><surname>Hartmann</surname><given-names>B</given-names></name><name><surname>Reymond</surname><given-names>P</given-names></name><name><surname>Stamm</surname><given-names>JJ</given-names></name></person-group><article-title>Hebraisches und Aramaisches Lexikon zum Alten Testament</article-title><source>Journal of Biblical Literature</source><year>1976-mar</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/3265479</pub-id></element-citation></ref><ref id="R58"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Margolis</surname><given-names>MaxL</given-names></name></person-group><article-title>K&#x102;&#x15B;nig\textquotesingles Hebrew SyntaxHistorisch-Comparative Syntax der Hebr&#x102;&#xA4;ischen Sprache. Fr. Ed. K&#x102;&#x15B;nig</article-title><source>The American Journal of Semitic Languages and Literatures</source><year>1899-jul</year><fpage>248</fpage><lpage>251</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1086/369345</pub-id></element-citation></ref><ref id="R59"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"/><article-title>ARNULF KUSCHKE und MARTIN METZGER, Kumidi und die Ausgrabungen auf Tell Kamid el-Loz</article-title><source> Congress Volume Uppsala 1971</source><publisher-name>Brill</publisher-name><fpage>143</fpage><lpage>173</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/9789004275454_010</pub-id></element-citation></ref><ref id="R60"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>O\textquotesingleConnor</surname><given-names>KathleenM</given-names></name></person-group><article-title>Book Review: Jeremiah 21&#x2013;36: A New Translation with Introduction and Commentaryby Jack R. Lundbom The Anchor Bible 21B. Doubleday, New York, 2004. 649 pp. $68.00 (cloth). ISBN 0-385-41113-8.$\mathsemicolon$ Jeremiah 37&#x2013;52: A New Translation with Introduction and Commentaryby Jack R. Lundbom The Anchor Bible 21C. Doubleday, New York, 2004. 624 pp. $68.00 (cloth). ISBN 0-385-51160-4.</article-title><source>Interpretation: A Journal of Bible and Theology</source><year>2005-oct</year><fpage>412</fpage><lpage>414</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1177/002096430505900411</pub-id></element-citation></ref><ref id="R61"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Routledge</surname><given-names>Bruce</given-names></name><name><surname>MacDonald</surname><given-names>Burton</given-names></name></person-group><article-title>East of the Jordan: Territories and Sites of the Hebrew Scriptures</article-title><source>Journal of the American Oriental Society</source><year>2003-jul</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/3217764</pub-id></element-citation></ref><ref id="R62"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Powell</surname><given-names>A</given-names></name></person-group><article-title>Black M, Bewley JD, eds. 2000. Seed technology and its biological basis. 419 pp. Sheffield: Sheffield Academic Press. &#xA3;89 (hardback).</article-title><source>Annals of Botany</source><year>2001-mar</year><pub-id pub-id-type="doi">10.1006/anbo.2000.1328</pub-id></element-citation></ref><ref id="R63"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"/><article-title>Indices</article-title><source>Jeremiah 2</source><publisher-name>Fortress Press</publisher-name><year>2016</year><fpage>463</fpage><lpage>541</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/j.ctvb6v7w0.37</pub-id></element-citation></ref><ref id="R64"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Gesenius</surname><given-names>Wilhelm</given-names></name><name><surname>Donner</surname><given-names>Herbert</given-names></name></person-group><article-title>Hebr&#x102;&#xA4;isches und Aram&#x102;&#xA4;isches Handw&#x102;&#x15B;rterbuch &#x102;&#x17A;ber das Alte Testament</article-title><year>2013</year><pub-id pub-id-type="doi">10.1007/978-3-642-25681-3</pub-id></element-citation></ref><ref id="R65"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Levy</surname><given-names>ThomasE</given-names></name></person-group><article-title>Bruce Routledge. Moab in the Iron Age: hegemony, polity, archaeology. xvii$\mathplus$312 pages, 35 figures, 6 tables. 2004. Philadelphia (PA): University of Pennsylvania Press$\mathsemicolon$ 0-8122-3801-X hardback $55 &amp; &#xA3;36.</article-title><source>Antiquity</source><year>2006-mar</year><fpage>232</fpage><lpage>234</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1017/s0003598x00093492</pub-id></element-citation></ref><ref id="R66"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Veenhof</surname><given-names>KR</given-names></name><name><surname>Schottroff</surname><given-names>Willy</given-names></name></person-group><article-title>Der altisraelitische Fluchspruch</article-title><source>Vetus Testamentum</source><year>1972-jul</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/1517238</pub-id></element-citation></ref><ref id="R67"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Soggin</surname><given-names>JA</given-names></name><name><surname>Timm</surname><given-names>S</given-names></name></person-group><article-title>Moab zwischen den Machten. Studien zu historischen Denkmalern und Texten</article-title><source>Vetus Testamentum</source><year>1992-apr</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/1519531</pub-id></element-citation></ref><ref id="R68"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Hurowitz</surname><given-names>VictorAvigdor</given-names></name><name><surname>Toorn</surname><given-names>Karelvander</given-names></name><name><surname>Becking</surname><given-names>Bob</given-names></name><name><surname>Horst</surname><given-names>PieterWvander</given-names></name></person-group><article-title>Dictionary of Deities and Demons in the Bible</article-title><source>The Jewish Quarterly Review</source><year>2002-jan</year><pub-id pub-id-type="doi">10.2307/1455453</pub-id></element-citation></ref><ref id="R69"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Weis</surname><given-names>RichardD</given-names></name></person-group><article-title>Patterns Of Mutual Influence In The Textual Transmission Of The Oracles Concerning Moab In Isaiah And Jeremiah</article-title><source>Isaiah in Context</source><publisher-name>Brill</publisher-name><fpage>161</fpage><lpage>184</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/ej.9789004186576.i-468.55</pub-id></element-citation></ref><ref id="R70"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>W&#x102;&#x15B;hrle</surname><given-names>Jakob</given-names></name></person-group><article-title>Review of Judith G&#x102;&#xA4;rtner, Jesaja 66 und Sacharja 14 als Summe der Prophetie: Eine traditions- und redaktionsgeschichtliche Untersuchung zum Abschluss des Jesaja- und des Zw&#x102;&#x15B;lfprophetenbuches (WMANT 114$\mathsemicolon$ Neukirchen-Vluyn: Neukirchener, 2006). Pp. XIII $\mathplus$ 364. Hardback. \mbox&#x20AC;49.90. ISBN 978-3-7887-2191-6.</article-title><source>Journal of Hebrew Scriptures</source><year>2009</year><pub-id pub-id-type="doi">10.5508/jhs.2009.v9.r38</pub-id></element-citation></ref><ref id="R71"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>March</surname><given-names>WEugene</given-names></name></person-group><article-title>Jeremiah 48 as Christian Scripture</article-title><source>Horizons in Biblical Theology</source><year>2011-jan</year><fpage>201</fpage><lpage>203</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.1163/187122011x593217</pub-id></element-citation></ref><ref id="R72"><element-citation publication-type="journal"><person-group person-group-type="author"><name><surname>Schl&#x102;&#x15B;gel</surname><given-names>Karl</given-names></name></person-group><article-title>Russkaja glubinka &#x2013; Das Land jenseits der gro&#xDF;en St&#x102;&#xA4;dte</article-title><source>Das sowjetische Jahrhundert</source><publisher-name>Verlag C.H.BECK oHG</publisher-name><year>2017</year><fpage>459</fpage><lpage>473</lpage><pub-id pub-id-type="doi">10.17104/9783406715129-459</pub-id></element-citation></ref></ref-list>
  </back>
</article>
